De afgelopen vijftien, twintig jaar kwam soms het verlangen om met mensen te werken rondom sterven en heengaan. Ik liet het steeds voorbij gaan. Richtte me, na verschillende functies in het bankwezen, op trainingen geven in bedrijven en persoonlijke coaching.
Langzaam schoof ik van het gedragsniveau naar werken op identiteitsniveau, van vaardigheden naar de diepere lagen van zelfonderzoek en zelfkennis. Vervolgens kwam yoga in de vorm van āsanas, het doen van fysieke houdingen op de mat, op mijn pad waarna ik me meer en meer verdiepte in verschillende ‘filosofische’ stromingen van India.
Kleine meisjes worden groot. Inmiddels ben ik weer in een ander fase van vrouw zijn beland. Het meisje werd een tiener, de tiener werd in mijn geval een jonge moeder. Dat de kinderen op een gegeven moment de deur uit gingen, gaf vrijheid om te avonturieren, te reizen, te ondernemen. En nu hebben mijn kinderen kinderen en mag ik mezelf oma noemen. Het leven kenmerkt zich door verandering. De ene fase volgt de andere fase op. Kijk alleen al maar naar de cycli in de natuur.
De laatste paar jaar ben ik gevoelsmatig en fysiek door een overgang gegaan. De tijd is gekomen om het verlangen, om rondom leven en ‘dood’ te gaan begeleiden, vorm te geven.
Werken rondom vragen als:
Wat doe jij met je leven? Leef je het leven waarvan je, wanneer het jouw tijd is om dit leven los te laten, met een gevoel van voldaanheid op terug kunt kijken? Leef je in ‘alignment’ met het pad van je ziel? En als je niet gedaan hebt wat je wilde, maar het is wel je tijd om los te laten, wat doe je daar dan mee?
Het leven vraagt ons om te leven en los te laten.




